Memories of Anne Huitema

Memories of Nico Bulder by Anne Huitema

June 26, 2016

(The Dutch version is located further down the page.)

Anne Huitema is a graphical artist from the Frisian part of The Netherlands. See below for a few examples of his art. For more info on Anne Huitema, click here.

 

In the second half of the 1950’s I attended the Art Academy in Groningen. From day one I had contact with Nico Bulder, Jans Arnolli, Evert Musch and Willem Valk. During the assessment of my work only Nico Bulder sat at the table while the others stood. It soon became clear that Nico Bulder suffered from asthmatic bronchitis.

The Academy was situated on the top floor of the building on the Petrus Driessen Street, while the HTS (Higher Technical school) and Maritime Academy occupied the rest of the building. Nico Bulder had to catch his breath on the 2nd floor and would chat to Evert Musch. During their lunch break Evert Musch drove Nico Bulder to lunch, probably in the direction of the Damsterdiep. Evert Musch was a great support. They would arrive together in the morning, as Evert would pick Nico up from the bus or train station.

Bulder taught various subjects including printing techniques, etching, wood engraving and lithography. There were occasional accidents in the room where the acid baths for etching were situated whenever someone forgot to cover the back of the etched plate. The door was quickly closed and the group of students stood huddled together looking through the window until the orange cloud of poisonous fumes had diffused. During those incidents Bulder was cross and stuttered and stumbled over his words. But the bad feelings soon cleared because of the good atmosphere in the group and he tolerated a lot from us.

Nico Bulder was a great craftsman and imparted his knowledge well to his students.

I also recall a work excursion to the south of the Limburg province. We stayed in the Kusters-Janssen hotel in Valkenburg-aan-de-Geul (Valkenburg on the river Geul). We had a drawing class outdoors. Near Epen, Nico sat on the side of a hollow road (this is a road created by (rain) water erosion and frequent use by vehicles or cattle whereby the road is lower than the surrounding land and the verges are raised and sloped) to critique our work.

The following year we had an excursion to Paris where we stayed in l’Auberge de la Jeunesse situated on the Rue Anne Jacquin. Nico only spent 1 night there after having shared the dormitory with us and deciding that it was too noisy for him. The remainder of the week we had to fetch and carry Nico and Evert from Hotel la petite Reine. Plus the filthy state of the toilets at the Youth hostel must have been unbearable for Nico. On the other hand the dinners at the student-dining hall were a welcome compensation.

Occasionally Nico and I had a difference of opinion. I remember the time I did a woodcarving of a characteristic single-storey farmhouse with tall Poplar trees. According to Bulder trees could never tower above a farmhouse roof. He was only used to the huge barns in his home province of Groningen.

After his retirement, I visited Bulder a few times in Hoogezand. I still recall that I made the journey from Langezwaag to Hoogezand on a Solex (a small moped popular in that time). Nico’s beautiful white house was located on a canal. Nico lived there with 2 sisters and a dog. I was told that the sisters had to wear knitted stockings because the dog had a habit of jumping up. Behind the house, under the Walnut trees, the black soil had been raked and looked immaculate. Whilst enjoying a cup of tea Nico showed me the “secrets” in his workroom. There was an impressive collection of wood engravings mostly depicting religious scenes and Ex Libris. It was clear to see that he had mastered the art of using the unpredictable end grain Palm tree wood. He aspired to and achieved perfection. His sketches and small open transparent engravings were in my opinion unusual and whimsical.

Every year at Christmas and New Year Nico Bulder sent a woodcarving to us (his ex-students). He was particularly proud of the card in 1961, because you could turn it. This is mentioned on page 87 of the book “Nico Bulder, De Hout Graveur (The Wood Engraver)”.

At about this time Nico obtained his driver’s licence and purchased a Daffodil (this is a small family car that was manufactured by DAF from 1961 until 1967) with a continuously variable transmission. We had arranged that he would come to visit me in Langezwaag to view the etch press which I had converted from a leatherroller. I had given him detailed travel instructions plus a photograph of our farmhouse. It was of course nerve wracking because he had not yet driven the Daf outside his home province. My parents and I sat at the window and waited for the Daf to appear. Finally he arrived. At that moment the 2 sisters in the back of the car must have called out: “Look Nico! There he is.” That was me. They had just driven past the farm dam. I hurried outside and explained to Nico where he could turn as reversing was not an option. It was obvious that the trip had taken its toll because he was dressed in shirt and braces.

After tea Nico and I drove in the Daf down the grassy road to my studio. Nico’s sisters stayed behind with my mother and father. He was enthusiastic about the etch press but was concerned that the Daf might have been damaged during the drive on the grassy road. A few days later he let me know that the car had been examined on the bridge at the garage and that the transmission was undamaged. He didn’t have long to enjoy his car: Nico Bulder sadly passed away in 1964.

Our whole class was among the mourners who attended the funeral in Hoogezand-Sappemeer. I am glad to have known Nico Bulder and have great admiration for his amazing craftsmanship.

Anne Huitema

Herinneringen aan Nico Bulder

Door Anne Huitema, 6 Oktober 2015

Tweede helft vijftiger jaren ging ik naar de kunstacademie te Groningen. Vanaf de allereerste dag kwam ik in contact met Nico Bulder, Jans Arnolli, Evert Musch en Willem Valk. Bij de beoordeling van mijn werk zat alleen Nico Bulder aan tafel, de anderen stonden. Het bleek al gauw dat Nico Bulder last had van astmatische bronchitis.

De academie was gehuisvest op de bovenste verdieping, de rest van het gebouw aan de Petrus Driessenstraat werd bezet door de HTS en de Zeevaartschool. Op de tweede verdieping moest Nico Bulder altijd even uitrusten en maakte dan een praatje met Evert Musch. In de middagpauze nam Evert Musch Nico Bulder mee in zijn auto om te gaan lunchen, waarschijnlijk richting Damsterdiep.
Evert Musch was zijn steun en toeverlaat. ‘s Ochtends kwamen ze ook samen aan bij de academie. Nico werd door Evert van trein of bus gehaald.

Bulder gaf o.a. grafische technieken, ets, houtsnede, houtgravure en lithografie.
In de ruimte met de zuurbakken voor de etsen ging het ook wel eens mis als iemand de achterkant van de etsplaat verzuimd had af te dekken. De deur werd dan gauw dicht gedaan, de groep stond dan achter de deur door het raam te kijken tot de oranje gifwolk in de zuurbak was opgetrokken. Bulder was op dat moment wel even kwaad en struikelde (stotterde) over zijn woorden. De bui was snel over omdat de sfeer in de groep goed was en hij veel van ons kon verdragen.
Nico Bulder was een groot vakman en droeg zijn kennis uitstekend over op zijn leerlingen.

Ook herinner ik mij goed de werkexcursie naar Zuid Limburg. We logeerden in hotel Kusters-Janssen in Valkenburg aan de Geul. Er werd buiten getekend. Bij Epen bijv. zat Nico Bulder in de berm van een holle weg om onze producten te becommentariëren.

Een jaar daarna maakten we een excursie naar Parijs. Ons onderkomen was l’Auberge de la Jeunesse aan de rue Anna Jacquin. Nico heeft hier maar één nacht geslapen. Hij sliep samen met ons op een zaal, dat was voor hem veel te druk. Zodat we de rest van de week Nico en Evert afhaalden en afzetten bij Hotel la petite Reine. Bovendien moeten de smerige toiletten van de jeugdherberg ook voor Nico een gruwel zijn geweest.
Daarentegen was de warme maaltijd in een studentenmensa een welkome compensatie.

Er was wel eens een meningsverschil tussen Nico Bulder en mij. Ik herinner me dat ik een houtsnede had gemaakt van een woudboerderijtje met hoge populieren. Volgens Bulder konden bomen nooit zo ver boven een boerderijdak uitsteken. Hij kende alleen de geweldige schuren van de provincie Groningen in zijn onmiddellijke omgeving.

Na Bulder’s pensionering heb ik hem een aantal keren in Hoogezand opgezocht. Ik weet nog goed dat ik de reis van Langezwaag naar Hoogezand ondernam op de Solex. Voor het prachtige witte huis van Nico liep een vaart met hooghouten. Hier woonde Nico met twee zusters en een hond. Er was mij verteld dat de zusters gebreide kousen moesten dragen vanwege het opspringen van de hond.
Achter het huis, onder de walnotenboom was de zwarte aarde onberispelijk aangeharkt.

Onder een kopje thee liet Nico mij de “geheimen” in zijn werkkamer zien. Een indrukwekkend oeuvre aan houtgravures. Vooral godsdienstige voorstellingen en Ex libris. Het was goed te zien dat hij het weerbarstige palmkopshout de baas was. Hij streefde naar en bereikte perfectie. Zijn voorstudies (tekeningen) en kleine open transparante gravures vind ik bijzonder en speels.

Met Kerst en Oud en Nieuw stuurde Nico Bulder ons (oud-leerlingen) elk jaar een houtsnede. Hij was heel trots op zijn nieuwjaarskaart van 1961, die je om kon draaien. Deze staat vermeld op bladzijde 87 van het boek, “Nico Bulder de houtgraveur”.

Rond deze periode heeft Nico zijn rijbewijs gehaald en zich een Daffodil met Variomatic aangeschaft. We hadden een afspraak gemaakt dat hij een keertje naar Langezwaag zou komen om o.a. mijn tot etspersje omgebouwde leerwalsje te inspecteren. Ik had een heel duidelijke routebeschrijving gemaakt met foto van onze boerderij. Het was heel spannend natuurlijk want hij was nog niet buiten de provincie geweest met de Daf. Mijn ouders en ik zaten voor het raam de Daf op te wachten. Daar was hij dan eindelijk. Op dat moment moeten de twee zussen achterin hebben uitgeroepen: “Kijk Nico daar heb je hem”. Dat was ik. Ze waren net de dam naar de boerderij voorbij gereden. Ik snelde naar buiten en legde uit waar Nico de Daf kon draaien, achteruitrijden was op dat moment nog geen optie. Je kon zien dat de rit inspanning had gekost, hij was in bretels en hemdsmouwen.

Na de thee zijn Nico en ik met de Daf via het graspad naar mijn atelier gegaan. Nico’s zussen bleven bij vader en moeder achter. Hij was heel enthousiast over het etspersje toch maakte Nico zich zorgen of de Daf geen schade had opgelopen over het graspad. Hij liet me een paar dagen later weten dat de auto op de brug in de garage was geweest en dat er niets aan de hand was met de Variomatic. Heel lang heeft hij trouwens niet plezier gehad van zijn auto: Nico Bulder overleed helaas in 1964.

Met o.a. onze hele groep zijn we naar zijn uitvaartmis in Hoogezand-Sappemeer geweest. Ik ben blij dat ik Nico Bulder heb gekend en ik heb bewondering voor zijn grote vakmanschap.

Anne Huitema

TOP